Ik-rapporten

cropped-flowers-58592_1280.jpg

Dit blog is bedoeld om de verschillende ik-rapporten die op Facebook en Twitter rondgaan bij elkaar te zetten.
De bron van de eerste twee rapporten is bij mij niet bekend.
Tip: als je het eerste en tweede rapport combineert (dubbelzijdig) dan liever geen stift gebruiken want dat drukt door (*spreekt uit ervaring).

Het ik-rapport:
Dit rapport gebruik je om de vaardigheden die niet te maken hebben met schoolvakken maar met werkhouding en sociale vaardigheden, door leerlingen zelf in kaart te laten brengen.

Zelfevaluatie groep 5 t/m 8:
Dit rapport gaat alleen over de cognitieve vaardigheden, volledig uitgesplitst per vakgebied. Wij geven geen Frans en maken geen werkstukken. Die woorden tipexen we weg en daar mogen de kinderen zelf iets invullen (hobby, sport, enz.).
Wij scannen de rapporten daarna en voegen het origineel toe aan het eerste rapport.

IMG_-9kdfvy (1)

 

 

 

 

 

 

ZIEN voor kinderen op papier:
Afkomstig van Jeroen Smits via Twitter (@JeroenGennep). Er wordt gebruik gemaakt van de stellingen van ZIEN op kindniveau.
Kinderen krijgen een A3 vel met daarop 4 kolommen en daarnaast gekleurde strookjes met daarop steeds 4 stellingen. Je moet die laatste dus steeds op een andere kleur kopiëren. Ze knippen de stellingen los van elkaar en plakken die in de juiste kolom.
Wij scannen ze daarna en voegen het origineel toe aan het eerste rapport.

Zien voor kinderen (ingevuld)

Online tool voor voorlezen

Ik heb een tool gevonden die ik graag met jullie wil delen: Natuaral Readers

Het is een online tool waarmee word- en pdf-bestanden online kunnen worden voorgelezen. Voorheen kon dat bij ons op school alleen via Kurzweil. Dat is duur en moet per leerling aangeschaft worden. Voor elke leerling is er een aparte stick en laptop nodig. Voor kinderen die geen Kurzweil hebben maar wel baat hebben bij het voorlezen van grotere stukken tekst hadden we niks.

Hoe werkt het?

Als je naar de link gaat dan klik je op de knop: Go to online reader.
Het volgende scherm komt dan in beeld.

natural reader

Nu kan je eenvoudig een pdf- of wordbestand in het scherm slepen (of je klikt op Open Documents om het bestand op te zoeken in je bestanden). De pagina wordt dan geladen en als je op het vinkje rechtsonder klikt dan opent de pagina in het scherm.

Dan kan je de taal en stem aanpassen (midden boven) en de snelheid (speed). Als je op de blauwe pijl klikt begint de stem met voorlezen. Je kan zelf aangeven waar de stem moet beginnen met voorlezen, navigeren gaat eenvoudig met de muis.

De stem is misschien niet optimaal, en ook heeft Kurzweil veel meer mogelijkheden, maar dit lijkt me een zeer bruikbare gratis variant die op zowel een vaste computer als op een chromebook te gebruiken is.
Via Twitter kreeg ik nog de tip om bij Chrome-extensions te kijken, maar die kreeg ik op mijn chromebook niet aan de praat. De reviews van een van de bekendere (Select and Speak) waren ook niet erg lovend (werkt niet, wordt meteen doorgestuurd naar betaalde variant, enz.).

Ik ga het de komende tijd eens uitproberen. Ik ben benieuwd naar jullie ervaringen en eventuele alternatieven.

 

Vervolg spelletjescircuit Nieuwsbegrip

In het vorige bericht schreef ik uitgebreid over het spelletjescircuit bij de teksten van Nieuwsbegrip. Nadat ik er één keer mee gewerkt had, en mijn collega van de andere groep 8 ook, kwam ik tot de conclusie dat ik wel wat aanpassingen zou willen doen.

  1. Het maken van een mindmap wordt niet als leuk ervaren als de rest van de groep lekker spelletjes aan het spelen is. Daar heb ik iets anders voor bedacht.
  2. Het spel scrabble doet weinig tot niets met de tekst en heeft daarnaast weinig met begrijpend lezen te maken. Kinderen vinden het wel leuk maar ikzelf zie nog niet echt de meerwaarde ervan. Daar moet dus ook iets anders voor in de plaats komen.

Kahoot (komt in de plaats van de Mindmap):
Het stellen van vragen over een tekst is een vaardigheid die ook bij Nieuwsbegrip aan de orde komt. Kinderen vinden het altijd leuk om een Kahoot te maken en te spelen. Je moet er wel tijd voor vinden om het werkelijk te spelen.
Ze krijgen een opdrachtkaart waarop de gegevens van een groepsaccount staan. Je kan de leerlingen ook een eigen account laten maken, in groep 8 hebben ze dat vaak al.

Mikado (Dit komt in de plaats van scrabble):
Mijn collega noemde het als optie om met dezelfde vragenkaartjes als bij het ganzenbord aan de slag te gaan. Ik heb gekozen voor de volgende invulling:

  • Op elk stokje van het mikado-spel (41 stokjes, ik heb een large uitvoering) komt een nummer te staan. Elk nummer correspondeert met een lege plek in de tekst van Nieuwsbegrip. Die gatentekst zal je elke week dus even zelf moeten maken. Eenvoudig via het word-bestand dat je via de downloads kan krijgen.
  • De speler moet proberen een stokje, zonder daarbij andere stokjes in beweging te brengen, uit de stapel te pakken. Als dat is gelukt moet het de zin voorlezen waar de lege plek met het corresponderende nummer van het stokje in de tekst staat.
  • Het kind moet het woord noemen dat op de lege plek hoort te staan. Het kind moet dit zelf controleren via de volledige tekst van Nieuwsbegrip.
  • Als het woord goed is geraden (laten zien aan de rest van de groep) dan mag het kind het stokje houden. Is het woord fout dan mag de leerling links van de speler raden wat het woord zou kunnen zijn. De eerste speler controleert dit. Als het goed is mag deze leerling het stokje houden en verder gaan met het spel. Is het fout dan mag de volgende leerling raden.
  • Kan niemand het woord raden dan leest de eerste speler voor wat er had moeten staan en wordt het stokje apart gelegd.
  • Zo speel je door tot alle stokjes aan de beurt zijn geweest.
  • Met 41 stokjes zou je eigenlijk 41 lege plekken in de tekst moeten maken. Dat is best veel maar het kan wel. Denk ook aan kleine woorden zoals lidwoorden of hulpwerkwoorden.

Verder kreeg ik op Twitter de volgende tip, ook zeker een aanrader!

Heb jij nog leuke spelletjes voor in het circuit dan houd ik me aanbevolen.

 

 

Spelletjescircuit bij Nieuwsbegrip

Wij gebruiken al enige jaren Nieuwsbegrip voor onze lessen begrijpend lezen. De teksten zijn actueel en samen met de filmpjes van het Jeugdjournaal maakt het dat de kinderen over het algemeen goed betrokken zijn bij de teksten.

Waar ik als leerkracht in groep 8 vooral tegenaan loop zijn de opdrachten die bij de les horen. Een aantal minpuntjes:

  • Als ik de tekst op een goede manier wil aanbieden dan is er (te) weinig tijd over voor het maken van de opdrachten
  • We komen zelden of nooit toe aan de extra opdracht (creatieve verwerking)
  • Niet alle opdrachten (strategieën) vind ik even waardevol (voorspellen en vragen stellen)
  • Kinderen zijn matig gemotiveerd om de opdrachten te maken
  • Het kost enorm veel kopieerwerk als je alle opdrachten op papier wil hebben en…
  • … de kinderen hebben de neiging de opdrachten direct na het maken in de papierbak te gooien. Dat mag niet maar dat geeft wel aan dat de betrokkenheid daarbij minimaal is.

Op Twitter (waar anders?) werd ik getriggerd door een berichtje van @essytie over Jenga met vragen voor begrijpend lezen.
Dat zette me aan het denken en van het een kwam het ander.

Via de site van Juf Jantine kwam ik al snel aan de benodigde kaartjes. Na wat kleine aanpassingen voor de teksten van Nieuwsbegrip had ik al het eerste spel voor mijn idee: een spelletjescircuit voor tijdens de lessen van Nieuwsbegrip!
Vervolgens kwam ik op Facebook een kwartet voor signaalwoorden en tekstverbanden tegen. Via de (besloten) facebookgroep Leerkrachten PO is deze te downloaden. Het kwartet is gemaakt door Nick Pellaers.
Na nog wat nadenken en rondvragen op Twitter kwam ik tot de volgende spellen/activiteiten:

  1. Signaalwoordenkwartet
  2. Jenga
  3. Mindmap of extra opdracht van de week
  4. Signaalwoordenmemory
  5. Ganzenbord
  6. Scrabble

Mijn lessen wil ik de komende 6 weken als volgt opbouwen:

Start: lees met de kinderen de tekst, bespreek per alinea de moeilijke woorden die de kinderen hebben onderstreept.  Per alinea stel je een aantal vragen (afhankelijk van de tijd 2 of 3). Die vragen worden bepaald door de dobbelsteen (op het bord een digitale dobbelsteen openen naast de betekenis van de cijfers):

  1. Vat de alinea in één zin samen.
  2. Zoek een signaalwoord in de alinea en geef aan om welk verband het gaat.
  3. Verzin een andere passende titel voor de alinea.
  4. Wat is het belangrijkste woord in deze alinea?
  5. Bedenk een vraag over deze tekst en geef het antwoord op de vraag.
  6. Zoek een (plaats)naam in de alinea en vertel om wie het gaat of wat er in die plaats in gebeurd.

Je zou ervoor kunnen kiezen vóór het lezen van de alinea al met de dobbelsteen te gooien, dan lezen ze al met die vraag in hun achterhoofd.
Herhaal deze stappen voor elke alinea. Aan het einde van de tekst zou je nog kunnen vragen: Bedenk een andere titel voor deze tekst of Kan je in één zin de hele tekst samenvatten?

Vervolg: deel de groep in groepjes van 3, 4 of 5 leerlingen (meer lijkt me niet handig, dan moeten ze vaak lang op hun beurt wachten). Elke groepje krijgt een spel of activiteit toegewezen. Deel alle spullen uit en laat ze vervolgens de rest van je les spelen. Activiteit 3 (maken van een Mindmap of de extra opdracht van de week) kan je afwisselen, afhankelijk van de extra opdracht. Ik ben een fan van Mindmaps en ik vind het belangrijk als ze in ieder geval leren hoe ze een goede Mindmap moeten maken. Je zou er zelfs voor kunnen kiezen één spel achterwege te laten (Scrabble is het minst toegepast op de Nieuwsbegriptekst denk ik) en op die plaats standaard de extra opdracht zetten. Dat moet ik zelf nog gaan ervaren.

Opmerkingen:

  • De kinderen die normaal op C-niveau de tekst lezen en de opdrachten maken blijven de tekst op C-niveau lezen. Ik heb 7 kinderen op C-niveau in mijn groep en dat worden 2 groepjes die samen hun spel spelen. Dat betekent dat mijn andere groepjes iets groter worden. De “C-kinderen” krijgen een dobbelkaart mee om te gebruiken bij het lezen van de tekst.
  • De kinderen die normaal gesproken extra ondersteuning nodig hebben bij de opdrachten hoop ik voldoende te kunnen laten profiteren van het gezamenlijk spelletjes doen. Doordat ze elkaar moeten controleren/corrigeren bij het geven van de antwoorden hoop ik dat ze die extra ondersteuning niet nodig hebben. De ervaring zal moeten uitwijzen of dat inderdaad zo gaat werken.
  • Je zou het lezen van de tekst ook in de groepjes kunnen doen met een vergelijkbare kaart als de kinderen van niveau C gebruiken. Ik ga het vooralsnog eerst klassikaal doen.

Materialen:

  1. Kwartet: downloaden op de facebookpagina Leerkrachten PO, dubbelzijdig kopiëren met een patroon op de achterkant zodat ze er niet doorheen kunnen kijken, en/of kopiëren op steviger papier. Lamineren, snijden en klaar. Spelregels klaarleggen.
  2. Jenga: gebruik de kaartjes van Juf Jantine of download mijn aangepaste versie (spelregels op de 2e pagina). Lamineren, uitknippen en met schoollijm op de zijkant van de blokjes plakken. Spelregels erbij doen.
  3. Mindmap: ik heb een werkbeschrijving gemaakt voor het maken van een Mindmap. De extra opdracht zit elke les als 4e of 5e opdracht bij de les van Nieuwsbegrip.
  4. Signaalwoordenmemory: zoek een bestaand memoryspel (want handig, al stevige kaartjes) en plak daarop de uitgeknipte kaartjes met signaalwoorden en verbanden. Ik kies ervoor de rest van de kaartjes van het spel gewoon in het spel te laten, anders zijn ze wel heel snel klaar met spelen. Als je nog extra duo’s kan bedenken houd ik me aanbevolen.
  5. Ganzenbord: ik heb bij de kringloop een oud speelbord met doos gevonden maar je kan ook het speelbord printen en lamineren (op A3 formaat, doorknippen op de naad en met duct tape vastmaken zodat het opvouwbaar wordt). Print de kaartjes (dubbelzijdig met de ganzen op de achterkant op gekleurd papier), lamineer ze en knip ze uit. Zorg voor de spelregels, 2 dobbelstenen en voldoende pionnetjes.
  6. Scrabble: ik gebruik mijn eigen oude scrabblespel, moet te vinden zijn in je eigen kast, bij de kringloop of een goedkope variant bij bijv. de Action. Natuurlijk met aangepaste spelregels.

Ik ben van plan alle handleidingen in een map te bewaren en de spellen in een doos. In de map stop ik ook een overzicht welk groepje al aan de beurt is geweest bij welk spel, handig voor een eventuele invaller.
Ik heb veel plezier beleefd aan het bedenken en maken van dit circuit, ik hoop dat de kinderen net zoveel plezier beleven aan het spelen ervan. Daarnaast hoop ik natuurlijk dat ze er ook veel van opsteken, dat is tenslotte mijn hoofddoel!

Atelier kriebelbeestjes

Dit schooljaar zijn we begonnen met zogenaamde ateliers op de Meent. In onze nieuwsbrief wordt het als volgt omschreven:

Atelier leren
In verschillende workshops in de school maken de kinderen kennis met de wereld om hen heen en gaan zij op ontdekkingsreis langs de verschillende vakken. We leren hen op een andere manier naar dingen kijken. Zo kunnen zij hun creativiteit nog meer ontwikkelen en zich nog beter voorbereiden op de toekomst. Het kind leert hierdoor vraagstukken oplossen met originele ideeën.  Het Atelier-programma van De Meent is een broedplaats van creativiteit en innovatie. Het kind leert samen te werken, te plannen, initiatieven te nemen en te presenteren. Atelierleren prikkelt de fantasie en de interesses. Het maakt zelfstandig en brengt verantwoordelijkheid bij.
Maar Atelier betekent nog veel meer: elkaar helpen, de weg op internet vinden en sportief en creatief aan het werk zijn, de sportzaal in of naar de theaterklas. Tijdens het Atelier ontdekt het kind dus hoe leuk het is om te ondernemen, te onderzoeken en te ontwerpen!
In 2 rondes van ieder 6 middagen kunnen kinderen zich inschrijven voor een workshop die hen interesseert om vervolgens 6 weken met dat onderwerp bezig te zijn. 

Een selectie van de ateliers waar kinderen uit konden kiezen tijdens deze eerste ronde:

  • Beauty & fashion
  • Fotografie
  • Kunst & zo
  • Werken met brooddeeg
  • Sport
  • Proefjes
  • Presenteren doe je zo
  • Franse les
  • Bouw je eigen droomhuis
  • Computers & more
  • Maak je eigen vogelhuisje

Voor mij was het niet moeilijk een onderwerp voor een lessenserie te bedenken. Ik heb als eerste opleiding de laboratoriumopleiding zoölogie gevolgd waarbij tijdens het afstuderen onderzoek doen naar insecten centraal stond. Nog steeds vind ik insecten heel interessant en dat combineren met het doen van onderzoek is het helemaal.
Kriebelbeestjes dus!
Nadat ik bedacht hoe ik het project ging opbouwen kon ik een poster maken.

Atelierposter

Ondertussen was ik best gespannen of er überhaupt wel kinderen zijn die net zo gek van insecten zijn als ik. Mijn  collega’s vonden het in ieder geval een “bijzondere keuze”!

De opbouw van mijn atelier kan je hier vinden, verder heb ik voor een aantal lessen werkbladen gemaakt waaronder de les van de pissebedden.
Van alle foto’s die ik maakte tijdens de lessen heb ik een filmpje gemaakt:

Na afloop van de ateliers hebben kinderen en leerkrachten een evaluatie ingevuld. De resultaten daarvan gebruiken we voor de tweede serie die gepland staat in maart/april.

Alles bij elkaar was het een flinke organisatorische klus maar het enthousiasme van de kinderen maakt het allemaal waard!

 

 

 

 

 

OzoBot en werkwoorden

Het begon met een OzoBot, gekocht in de meivakantie bij ICT-leskisten (vlotte levering trouwens) om uit te proberen en lekker mee te spelen. Het uiteindelijke resultaat is een zeer bruikbaar werkwoordenschema voor in de wisbordmapjes. En gelukkig ook nog een leuk speelveld om kinderen te laten spelen met de OzoBot en tegelijkertijd te laten oefenen met werkwoorden.

Om te beginnen maar eens die OzoBot: een schattig klein robotje op wieltjes die kleuren “leest”. Hij volgt een met stift getekende lijn op een wit vel papier en afhankelijk van de kleurcodes die hij tegenkomt voert hij bepaalde handelingen uit (rechtsaf, linksaf, omdraaien, versnellen, vertragen, coole moves, enz.). Daarnaast laat hij ook nog eens zien over welke kleur hij rijdt door zijn verlichting aan te passen. De OzBot werkt met de kleuren rood, groen, blauw en zwart, maar laat je hem over paars rijden dan geeft hij paars licht en rijdt ie over geel, dan kleurt hij geel. Er zijn verschillende sites waar lessen staan uitgewerkt om in de klas mee aan de slag te gaan. Niet zo geschikt voor een hele groep, tenzij je de beschikking hebt over een stuk of 10 OzoBots, maar dat is een prijzig grapje… Wel zag ik op de site van Erno Mijland een mooi voorbeeld van een wedstrijd waarbij de kinderen worden uitgedaagd de mogelijkheden van de OzoBot te verkennen. Die ga ik zeker nog eens in de klas doen. Eerst een opzet laten maken op het wisbordje, als het helemaal naar wens is in het echt laten tekenen op A3 formaat en vervolgens de OzoBot laten rijden. Super leuk!
Behalve het zelf tekenen van een doolhof en het bepalen van de route, kan de OzoBot ook gebruikt worden in combinatie met verschillende apps. Mijn Android toestel heeft alleen de OzoGroove en die heb ik nog niet geprobeerd. Lijkt me ook minder geschikt voor het onderwijs.
Wat ik wel al uitgeprobeerd heb en waar ik erg enthousiast over ben is OzoBlockly. Een (gratis) online programma waarmee je de OzoBot kan programmeren met behulp van blokken zoals bij Scratch gebruikt worden. Erg toegankelijk dus. Het mooie is dat je een programma schrijft, dat in je OzoBot laadt door hem tegen je scherm te houden en vervolgens voert je OzoBot je programma irl uit! Daar ga ik nog eens uitgebreid mee aan de slag en kijken wat ik daarmee kan in het onderwijs.

Na de eerste kennismaking met de OzoBot wilde ik een toepassing bedenken voor in de klas. Al snel kwam ik op werkwoorden uit. Niet geheel toevallig want mijn groep 8 heeft nog steeds grote moeite om de verschillende stappen daadwerkelijk te nemen waardoor ze nog steeds erg veel fouten maken. Daar moest toch iets voor gevonden worden?!
Na vele mislukte pogingen heb ik uiteindelijk wel iets gemaakt dat gebruikt kan worden, maar om nou te zeggen dat dit de ultieme toepassing is van de OzoBot… nee dus!

Uiteindelijk heeft het weinig te maken met programmeren, het werk van de kinderen worden niet gecontroleerd en het speelbord (printen op A3-formaat, met verschuifbare strips aan de achterzijde van het blad) is niet even voor alle kinderen na te maken. Allemaal nadelen, maar wat heb ik heerlijk zitten spelen. En ik ga het gebruiken ook. In combinatie met het schema in de wisbordjes (wij gebruiken gladde insteekhoesjes), waarop de kinderen zelf de route kunnen aangeven met hun whitebordstift (gewoon met pijltjes) en steeds mag één groepje bij elke nieuwe zin het speelbord van de OzoBot gebruiken. En reken maar dat ze dat leuk vinden, daar ben ik van overtuigd. En nu maar hopen dat dit als resultaat heeft dat dat werkwoordschema in hun hoofd blijft zitten (en dat ze het ook gaan gebruiken :-S)!

20160506_144242

Conclusie: die OzoBot is een leuk klein robotje dat beslist toegevoegde waarde kan hebben in programmeerlessen het basisonderwijs. Niet specifiek op de hierboven beschreven manier, maar gecombineerd met OzoBlockly zie ik echt wel mogelijkheden. Het liefst geïntegreerd in bestaande vakken, maar op zichzelf staand in projecten over programmeren zou ook al mooi zijn. Daar ga ik de komende tijd nog eens goed over nadenken. Als ik wat gevonden heb dan meld ik me weer!

Rekenen in the picture

Vorige week hadden wij een studiemiddag over rekenen. Georganiseerd door de werkgroep rekenen, die zich bezig houdt met allerlei nieuwe ontwikkelingen op het gebied van rekenen. Zij kijken naar onze resultaten, knelpunten met de methode en mogelijke verbeteringen. En organiseren dus studiebijeenkomsten zoals deze.

De som is eigenlijk maar het topje van de ijsberg

De som is eigenlijk maar het topje van de ijsberg

 

 

 

 

 

 

 

 

Eerst werden we bijgepraat door een rekendeskundige die betrokken is bij de begeleiding van kinderen op school (Christien Freeke). Zij vertelde wat over de rekenontwikkelingen in vogelvlucht, over de hoofdlijnen van het leren rekenen en over de obstakels die kinderen tegen kunnen komen. Over de hardnekkigheid van rekenproblemen en uiteraard over de aanpak van kinderen met rekenproblemen.

Handelingsmodel met voorbeelden

Handelingsmodel met voorbeelden

 

 

 

 

 

 

 

 

Na deze basis gingen we uiteen in bovenbouw en onderbouw. In de bovenbouw hebben we het gehad over de “ideale” rekenles en over het inzetten van spellen. Onze rekenwerkgroep is van mening dat spelenderwijs leren voor veel kinderen een mooie aanvulling is op het “gewone” leren uit de methode. Juist door spelletjes te doen gaat voor de zwakke rekenaars de druk er een beetje af en gaan zij het rekenen ook weer leuk vinden.
We kregen ook zelf een spel voorgelegd dat we moesten spelen. Ik zat in het groepje dat Canadees vermenigvuldigen ging spelen. Een superleuk spel waar ik natuurlijk weer fanatiek mee aan de slag ging. Andere groepjes kregen andere spellen van de site van het SLO.
Aan het eind van de middag hebben we afgesproken dat we elke week minimaal één keer een rekenspelletje gaan inzetten in de groep. Natuurlijk begint het bij mij dan meteen te kriebelen en ga ik op zoek naar nog meer ideeën voor leuke, zinvolle rekenspellen.

Tips:

Waarschijnlijk zijn er nog veel meer voorbeelden van “good practice”. Heb je nog tips die in bovenstaand rijtje thuishoren, laat dan even een berichtje achter!

Rekenen in de bovenbouw

Ben je, net als ik, een bovenbouwgebruiker van de methode Pluspunt, dan is dit blog misschien wat voor jou.
In dit schooljaar hebben wij onze werkwijze met rekenen drastisch veranderd. Aanleiding daartoe was het OinO-congres Kind in de Spotlights op 12 november 2015. Daar  heb ik de lezing bezocht van Yvonne Zwart met als onderwerp: De leerling als eigenaar van zijn eigen leerproces. Daarnaast gaan veel credits naar Meester Jorrit, dankzij een tweet van hem over dit onderwerp en zijn antwoorden op mijn vele vragen is deze opzet ontstaan.
Achtergrond van de keuze voor deze aanpak vind je hier.

In het kort komt het hierop neer:

  • Kinderen maken de schaduwtoets (verkrijgbaar bij Pluspunt als je beschikt over de digitale toetsen van Pluspunt). Deze toets is qua lay-out, moeilijkheidsgraad en aantal sommen volledig vergelijkbaar met de normale toets.
  • Op je datamuur (of ergens anders zichtbaar in je lokaal) hang je het overzicht met rekendoelen voor het blok waar je mee bezig bent. Wij sturen het de ouders ook per mail aangezien lang niet alle ouders van groep 8 nog regelmatig in het lokaal komen.
  • Je kijkt de schaduwtoets na, leerlingen vullen hun score in op hun doelenblad, en daarnaast ook de eerste 2 vragen op het doelenblad.
  • Je start nu het blok zoals je dat gewend bent, met dat verschil dat je nu precies weet welke onderdelen door welke leerlingen nog als lastig worden ervaren. Je hebt dus een soort groepsplan rekenen per blok i.p.v. per 6 weken. Mogelijk kunnen een aantal lessen vervallen omdat de onderdelen die daarin behandeld worden al door alle kinderen beheerst worden. Wij stellen alle lessen met nieuwe doelen van het blok voor alle leerlingen verplicht. Zo krijgen ook meer/hoogbegaafde kinderen de juiste instructie en ontwikkelen zij niet eigen maniertjes die later fout blijken te zijn.
  • Aan het einde van het blok wordt de normale toets gemaakt en deze scores worden genoteerd in je eigen administratiesysteem (bij ons Parnassys). Kinderen die in de schaduwtoets al een 10 haalden voor een bepaald onderdeel (dus NUL fouten), hoeven dat onderdeel in de eindtoets niet  meer te maken.
  • De leerlingen krijgen hun toets terug en vullen het doelenblad verder in. De laatste 3 vragen worden beantwoord. Je kan ervoor kiezen van een aantal of van alle leerlingen vervolgens de mapjes in te nemen en hun evaluatie te bekijken. Ik kies er meestal voor dit kort even klassikaal te bespreken. Wat heb je gedaan om je score te verbeteren, wat heeft gewerkt, wat zou je volgende keer andere kunnen doen?

De volledige beschrijving van deze aanpak en een voorbeeld van een doelenblad voor de leerling vind je hier.

Wij (leerkrachten van groep 8) zijn erg blij met deze nieuwe aanpak en ook de kinderen willen niet anders meer. De methode van Pluspunt leent zich naar mijn idee ook bijzonder goed voor deze aanpak. Zeker in de groepen 7 en 8 waar in een blok steeds toetsdoelen aan bod komen en nieuwe doelen. Die nieuwe doelen worden in het volgende blok getoetst.
Natuurlijk is het voor de leerlingen een sport om bij de schaduwtoets al zoveel mogelijk tienen te halen, maar ook de zwakkere leerlingen zien de uitdaging om de score van de schaduwtoets te verbeteren. Deze week nog met een leerling een prachtig gesprek gehad over de reden van een onvoldoende voor een bepaald onderdeel van de schaduwtoets. Ze merkte zelf op dat er wel erg veel slordigheidsfoutjes in haar werk zaten. Daar wilde ze bij de eindtoets beter op gaan letten. Uiteindelijk deed ze veel langer over haar toets dan normaal, maar dat werd dan ook beloond met een maximale score van vier tienen! En trots dat ze daarop was, prachtig!

Ik ben benieuwd wat je van deze aanpak vindt en of je hem een keer wil gaan uitproberen. Leuk als je eigen ervaringen wil delen, samen maken we elkaar tenslotte sterker!

Werkwoordspelling coöperatief oefenen

Jaren geleden, toen ik nog in een 7/8 stond deden we deze oefening bijna elke week. Een coöperatieve oefenvorm voor werkwoordspelling. Vraag me niet waarom hij in de vergetelheid is geraakt, maar afgelopen vrijdag dook hij ineens weer op. En hij is zo leuk dat ik hem met jullie wil delen!

Je kan deze werkvorm toepassen vanaf het moment dat kinderen werkwoordspelling aangeboden krijgen, je maakt hem namelijk zelf zo makkelijk of moeilijk als past bij jouw groep.
Het GIPS principe staat aan de basis van deze coöperatieve werkvorm.GIPS-principe

 

 

 

 

 

 
Voorbereiding:

  1. Kies 8 werkwoorden passend bij het niveau van jouw groep en zet die klaar op je bord. Zet op de volgende pagina  de antwoorden vast klaar. Ik kom daar zo op terug.
  2. Print de placemat werkwoorden uit op A4 formaat, schrijf in de driehoeken boven de nummertjes een vervoeging, bijvoorbeeld hij-vorm tegenwoordige tijd of voltooid deelwoord. Hierin kan je dus differentiëren, gebruik die vervoegingen waar jouw groep op dat moment mee bezig is.
    Werk je met een heterogene groep, zet dan kinderen van dezelfde groep tegenover elkaar aan de placemat en pas de opdracht per groep aan op het niveau. Schrijf in de driehoeken in dat geval ook voor welke groep de vervoeging is.
  3. Kopieer de placemat nu op A3 formaat voor het aantal groepjes van 4 (of 3) dat je met jouw groep kunt maken.

Organisatie:

  1. Maak groepjes van 4 of 3 (bij heterogene groepen liefst van elke groep 2 leerlingen) en laat elk groepje rondom een tafeltje gaan zitten. Elke groepje krijgt één placemat op tafel.
  2. Laat nu de werkwoorden op het bord zien. De leerlingen werken eerst in stilte aan hun eigen rijtje. Leerling A moet bijvoorbeeld van alle 8 werkwoorden de hij-vorm tt opschrijven, leerling B het voltooid deelwoord, leerling C de wij-vorm vt en leerling D het bijvoeglijk gebruikt voltooid deelwoord.
  3. Als alle leerlingen hun eigen rijtje af hebben, geef je het teken waarop de placemat een kwartslag (homogene groep) of een halve slag (heterogene groep) moet draaien. Elke leerling kijkt nu het werk na van een andere leerling. Benadruk bij deze stap dat ze elkaar nu moeten gaan coachen, dus niet: “het is fout wat hier staat”, maar: “ik denk dat het anders moet omdat ….”. En dat moet dan natuurlijk gevolgd worden door een motivatie. Zijn beide leerlingen het eens dan mag het woord veranderd worden.
  4. Als alle rijtjes zijn nagekeken en verbeterd kan je eventueel nog een keer een kwartslag draaien met de placemat, afhankelijk van je tijd.
  5. Laat na afloop de juiste antwoorden zien (4 rijtjes van 8 werkwoordvervoegingen) en bespreek ze na. Het groepje met de meeste goede antwoorden heeft gewonnen (high five!). Als je merkt dat kinderen binnen een groepje tegen elkaar gaan opbieden hoeveel of hoe weinig fouten ze zelf hebben gemaakt, bespreek dan nog eens het principe van de oefening: omdat je elkaars werk controleert ben je gezamenlijk verantwoordelijk voor het eindresultaat.

Heb je vragen over deze oefening? Laat even een reactie achter dan help ik je op weg.

Veel plezier ermee!