Werkstukken-allergie

Fijn, tijdens je vakantie uitgedaagd worden een blog te schrijven passend bij een afbeelding door Frans Droog, en natuurlijk moet het over onderwijs gaan! Onder de hashtag #blimageNL had ik op Twitter al veel mooie verhalen voorbij zien komen. Bij al die foto’s had ik een verhaal kunnen bedenken, zo niet bij de foto die ik van Frans kreeg. In eerste instantie was mijn reactie: hellup, ik weet niks! Maar als je, zoals ik, 24/7 met onderwijs bezig bent (en dat is heus niet altijd een zegen kan ik je vertellen), dan komt toch al snel een onderwerp bovendrijven. Bij deze dus:

https://twitter.com/FransDroog/status/625926011910246400

Toen ik 14 jaar geleden mijn eerste stappen zette in het basisonderwijs was het gebruikelijk dat de leerlingen minimaal één en liefst twee werkstukken per jaar schreven. In groep 7/8 waar ik na een jaar terecht kwam was dat ook een jaarlijks terugkerend “ding”. Nietsvermoedend ging ik mee in die traditie; uitleg geven over de opbouw van een werkstuk, aandacht besteden aan bronnen, interpunctie en afbeeldingen, meedenken over onderwerpen en zelf het internet en de bieb afstruinen naar goed materiaal om als basis te gebruiken voor een werkstuk. Tot zover allemaal geen probleem, ik vond het leuk om de kinderen te begeleiden in het proces van schrijven.
Tot het moment van nakijken kwam. Want ook dat was traditie; volgens een beoordelingsformulier alle werkstukken beoordelen, beginnend met de klad-versie, want dan heeft feedback geven nog zin. Ik heb alles voorbij zien komen: de ontwikkeling van het vliegtuig of de auto, dna, Nelson Mandela, het menselijk lichaam, slangen, atoomenergie en ga zo nog maar even door. Om een lang verhaal kort te maken: wat een crime was dat! Onleesbaar, letterlijk overgeschreven, onsamenhangend, hak op de tak, veel te moeilijk of juist veel te gemakkelijk en enorm grote verschillen in kwaliteit en kwantiteit. En dat 30 stuks, binnen één week nakijken alstublieft! Het hoogtepunt (of eerder dieptepunt) werd bereikt met een letterlijk gekopieerde tekst uit Wikipedia, met blauwe achtergrond en al. Tijdens een gesprek met de betreffende leerling bleek dat hij het probleem echt niet zag: ik vroeg een werkstuk, dat kon ik krijgen ook.
Tel daarbij op dat veel kinderen een enorme hekel hadden aan het schrijven van de werkstukken, voor sommigen werd het echt een nachtmerrie. En zo ontstond mijn allergie voor “platte” werkstukken!
Na een paar jaar worstelen met deze werkvorm was het voor mij genoeg, ik wilde niet meer op deze manier bezig zijn met het verwerken van informatie. Dat moest toch anders kunnen? Met de collega’s van de groepen 7/8 zijn we gaan zoeken naar alternatieven. Het schrijven van teksten moest wel blijven, maar we zochten naar manieren die beter pasten bij de 21e eeuws vaardigheden (zonder dat we toen al wisten dat dat later zo genoemd ging worden trouwens).

En we hebben het gevonden! In de literatuur wordt het 3O leren genoemd (Onderzoekend, Ontwerpend en Ondernemend leren), maar wij spreken simpelweg over projecten. Het fantastische aan deze projecten is dat kinderen veel meer een eigen inbreng hebben in de uitwerking van het onderwerp. Stiekem zijn ze heel veel bezig met het verwerken van informatie, het zoeken in bronnen, het beschrijven van hun stappen en/of handelingen, maar ze ervaren dat niet meer als een enorme belasting. Ze werken altijd in groepjes (soms van 2, meestal 3 of 4 kinderen) en daarbij kunnen ze vaak hun eigen talent beter tot zijn recht laten komen. Ook hebben ze altijd hulp om zich heen als ze vast komen te zitten, ze doen het echt samen.

We maken bij onze projectenOOL-cirkels gebruik van de cycli voor ontwerpen en onderzoeken (bron: wetenschapsknooppunt Zuid Holland); ze zorgen voor structuur bij het ontwerpen van een project, maar ze zorgen er ook voor dat leerlingen eerst heel breed kijken en dan pas gaan inzoomen op een kleiner aspect van het probleem.

Zijn we dan nu tevreden en hoeft er nooit meer een werkstuk te worden geschreven? Wat het eerste betreft: nee, ik ben nog niet tevreden. Ik ben nog op zoek naar een goede leerlijn mediawijsheid. Hoe maak je gebruik van die enorme brij informatie op internet, hoe leer je kinderen daar kritisch mee om te gaan, wat is waar en wat is onzin? Daar doen we nu nog onvoldoende mee en dat voelt als een gemis.
En dat werkstuk komt vast nog een keer terug, maar dan in een andere vorm. Bijvoorbeeld leerlingen in groepjes een onderzoek laten doen naar iets en dat laten beschrijven een Google-document of iets in die trant. En dat je dan als leerkracht online feedback kan geven. Ideeën genoeg! Het komt terug, maar nooit meer zoals het was want ik hoef er maar aan te denken en het gaat weer jeuken…

ps: en nog bedankt Frans, het was hoog tijd voor weer eens een blog!

Bookmark the permalink.

2 Responses to Werkstukken-allergie

  1. Pingback: De #blimageNL lijst | Droog's

  2. Pingback: Dag vier, zeven nieuwe verhalen #blimageNL | Droog's

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *