Coöperatief tekenen

Op Twitter werd enthousiast gereageerd op mijn post over het coöperatief tekenen dat we in groep 8 hebben gedaan.

Ik heb het niet helemaal zelf verzonnen. Pinterest was weer eens een bron van inspiratie: https://www.pinterest.com/pin/322570392034230523/

Hoog tijd om er een blog aan te wijden. Hoe te maken en hoe in te zetten.

Het maken
Dat is een kwestie van zagen en boren. Niks moeilijks aan. Hieronder de tekeningen (gemaakt door manlief).
Wij hebben in eerste instantie een vierkant gemaakt maar bij de eerste keer proberen bleek dat je de punt van de stift dan nauwelijks kan zien. Toen heb ik er driehoeken uit gezaagd. Als je meteen het kruis maakt kan je zuiniger zagen.

Liesbeth_Wig Liesbeth_TekenKruis

 

 

 

 

Touw van de Action, aan elke punt een touw van 2 meter (de eindjes even afbranden en een knoopje erin, dat voorkomt wegglijden), dubbel door het oog halen en de uiteinden samen door de lus halen. Het wigje kan je het best van onderaf in het gleufje schuiven (zoals op de foto hieronder), dan zorgt het gewicht van het kruis ervoor dat de stift vast wordt gezet door de wig.

20150919_093108

 

 

 

 

 


Het gebruik

Om te beginnen de tip: knip vuilniszakken in stukken en leg die op de tafeltjes (zet vast met tape). Zo voorkom je dat de watervaste stift een doolhof achterlaat op de tafels. Plak het doolhof met tape op de tafel. De doolhoven kan je gewoon van internet halen, kies voor een makkelijke (level 1) een moeilijkere (level 2) en een heel lastige (level 3). Vooral bij level 3 kan er frustratie ontstaan en dat is weer mooi voor de nabespreking.
Maak groepjes van 4 kinderen. Als je, net zoals ik, zelden een groep leerlingen hebt die je kan delen in groepjes van 4, dan kan je ook groepjes maken van 3 en 5. Hoe meer kinderen des te lastiger is het samenwerken. Zorg ervoor dat elk groepje één tafeltje gebruikt en zorg voor genoeg ruimte voor elk groepje. Desnoods 1 of 2 groepjes op de gang laten werken.
Leg de opdracht uit, deel de spullen uit en laat ze vooral zelf aan de slag gaan. Je kan de opdracht geven dat ze er niet bij mogen praten, maar dat is heel lastig (en ook een beetje gemeen, weet ik uit eigen ervaring). Als je een doolhof saai vindt kan je ook een opdracht op het bord zetten (teken een huis met schoorsteen, een deur en een raam en een boom ernaast, o.i.d.).
Het gaat bij deze opdracht natuurlijk vooral om de nabespreking: wat ging goed, wat ging minder goed, wie nam de leiding, waar merkte je dat aan, wat is een goede leider, wat zie je aan een goede leider (stemvolume, gedrag). Als er ruzie ontstond hoe kwam dat dan, hoe kan je dat voorkomen? Hoe kan je ervoor zorgen dat ook het moeilijkste level getekend kan worden? Enz., enz.

Veel plezier ermee, tips en reacties lees ik natuurlijk graag!

 

Groepsvormende activiteiten

Ik stuur steeds weer met alle plezier mailtjes naar tweeps die vragen om voorbeelden van lessen of in dit geval, groepsvormende activiteiten. Geen probleem natuurlijk, maar waarom er niet eens een blog aan wijden? Dan kan iedereen er gebruik van maken.

Bij deze de verzameling die ik vorig jaar bij elkaar zette voor mijn collega’s van groep 8. Veel zullen er ook geschikt zijn voor de middenbouw, schat ik zo in. Ik verwijs naar het boek Energize! of Energize II. Daar staan trouwens nog veel meer leuke activiteiten in!
Dit is bedoeld voor een groep 8, maar kan voor elke midden-bovenbouw denk ik wel gebruikt worden.

Veel plezier met de start van het schooljaar!

Kennismaking:

  • Souvenirs uit koffer bespreken (alle kinderen hebben na de vakantie een souvenirtje meegenomen, die liggen op de kast. In een koffertje liggen 5 souvenirs van mij en 5 van mijn duo, ik begin elke dag van de eerste week met één souvenir van mij en daarna zijn er 4 kinderen aan de beurt om over hun souvenir iets te vertellen.
  • Namenbingo (Energize blz. 30), laatst kwam trouwens een leuke op twitter voorbij, over activiteiten in de vakantie.
  • Smartiespel, kan eventueel vaker gespeeld worden met andere vragen (ook vakinhoudelijk), tot de smarties op zijn.
  • Vreemde vogels (Energize blz. 23). Lijkt op “Het zilveren lucifersdoosje” van de app Onderwijs Tiptool
  • Samen het ik-boekje van Juf Sanne invullen.
  • Speed-meting (via Bianca Bezema) om elkaar (snel) beter te leren kennen. Opdracht: bedenk één ding over jezelf dat je kort aan de ander kan vertellen. Loop rond en op signaal van de leerkracht ga je (steeds met iemand anders) samen zitten en ieder vertelt zijn speciale eigenschap/kwaliteit/hobby/etc.

Groepsvorming/samenwerking:

  • Speurtocht door de klas, naar een idee van Ine van Vuuren (@ivvuuren)
  • Opdracht over de gebeurtenis (in de zomervakantie van vorig jaar) op een station waarbij een passagier tussen de trein en het perron terechtkwam en er niet meer uit kwam. Laat de link niet aan de kinderen zien maar wel de foto waarop te zien is hoe de man vastzit. Beschrijf de gebeurtenis en vraag om oplossingen van het probleem (laat de kinderen die in groepjes bedenken). Bespreek die oplossingen. Laat daarna het filmpje zien. Bespreek het na. De kracht van samenwerking. Eventueel afsluiten met de volgende filmpjes.
  • De knoop ontwarren in 4 teams van 6 of andere samenstellingen als er kinderen afwezig zijn. Als een groepje oneven is of een kind meer of minder heeft dan het andere groepje, kan je ook een kind 2 touwen geven. Dit kan je het best in de speelzaal doen! Touwen nodig (3 per groepje lijkt me ideaal), zou ook in de gymzaal kunnen, daar zijn al (spring)touwen.
  • Laat het filmpje For the birds zien en praat over buitensluiten, anders zijn, pesten e.d.
  • Doolhof lopen  (is een zeil voor nodig waarop met stift een rooster op getekend wordt) of deze: als groep een bepaalde route volgend, de leerkracht houdt de regie.
  • Coöperatief doolhof tekenen: op internet zijn genoeg doolhoven te vinden, van makkelijk tot moeilijk.
  • Opdracht over probleemoplossen (laat filmpje over Ormie the pig zien maar stop direct na de intro en vraag kinderen in groepjes na te denken over manieren om het probleem op te lossen. Bespreek die oplossingen. Laat daarna rest van het filmpje zien tot 2.46 min. (goed opletten, niet te lang laten doorlopen). Laat de kinderen in groepjes bespreken hoe het filmpje afloopt. Bespreek die scenario’s. Laat dan het slot zien, hilarisch).
  • Tangram in groepjes Kan ook het beste in de speelzaal gedaan worden in twee groepen.
  • Deze zijn allemaal leuk, de tandpasta activiteit ken ik als leerkrachtactiviteit, maar dit is eigenlijk veel leuker. Een paar goedkope tubes tandpasta (of van die kleine vakantietubes) en je bent klaar. Ga ik zeker nog een keer doen!

Spel:

  • Namenwoorden (van de app Onderwijs Tiptool)
  • Groepsjongleren (van de app Onderwijs Tiptool), kan in de klas maar ook in speelzaal, wel meerdere pittenzakjes oid nodig.
  • Vingertwister (voor tweetallen)
  • Het spel met de bal rond gooien in zo kort mogelijke tijd. Hoe werkt het? Alle kinderen staan, de bal wordt naar de eerste leerling gegooid en de tijd start. Vervolgens wordt de bal zo snel mogelijk naar alle kinderen gegooid. Als je de bal hebt gehad ga je zitten. Als iedereen zit stopt de tijd. Probeer die tijd bij een volgende keer te verbeteren. Oja, als de bal niet wordt gevangen moeten alle kinderen weer staan, lekker frustrerend!

 

Werkstukken-allergie

Fijn, tijdens je vakantie uitgedaagd worden een blog te schrijven passend bij een afbeelding door Frans Droog, en natuurlijk moet het over onderwijs gaan! Onder de hashtag #blimageNL had ik op Twitter al veel mooie verhalen voorbij zien komen. Bij al die foto’s had ik een verhaal kunnen bedenken, zo niet bij de foto die ik van Frans kreeg. In eerste instantie was mijn reactie: hellup, ik weet niks! Maar als je, zoals ik, 24/7 met onderwijs bezig bent (en dat is heus niet altijd een zegen kan ik je vertellen), dan komt toch al snel een onderwerp bovendrijven. Bij deze dus:

https://twitter.com/FransDroog/status/625926011910246400

Toen ik 14 jaar geleden mijn eerste stappen zette in het basisonderwijs was het gebruikelijk dat de leerlingen minimaal één en liefst twee werkstukken per jaar schreven. In groep 7/8 waar ik na een jaar terecht kwam was dat ook een jaarlijks terugkerend “ding”. Nietsvermoedend ging ik mee in die traditie; uitleg geven over de opbouw van een werkstuk, aandacht besteden aan bronnen, interpunctie en afbeeldingen, meedenken over onderwerpen en zelf het internet en de bieb afstruinen naar goed materiaal om als basis te gebruiken voor een werkstuk. Tot zover allemaal geen probleem, ik vond het leuk om de kinderen te begeleiden in het proces van schrijven.
Tot het moment van nakijken kwam. Want ook dat was traditie; volgens een beoordelingsformulier alle werkstukken beoordelen, beginnend met de klad-versie, want dan heeft feedback geven nog zin. Ik heb alles voorbij zien komen: de ontwikkeling van het vliegtuig of de auto, dna, Nelson Mandela, het menselijk lichaam, slangen, atoomenergie en ga zo nog maar even door. Om een lang verhaal kort te maken: wat een crime was dat! Onleesbaar, letterlijk overgeschreven, onsamenhangend, hak op de tak, veel te moeilijk of juist veel te gemakkelijk en enorm grote verschillen in kwaliteit en kwantiteit. En dat 30 stuks, binnen één week nakijken alstublieft! Het hoogtepunt (of eerder dieptepunt) werd bereikt met een letterlijk gekopieerde tekst uit Wikipedia, met blauwe achtergrond en al. Tijdens een gesprek met de betreffende leerling bleek dat hij het probleem echt niet zag: ik vroeg een werkstuk, dat kon ik krijgen ook.
Tel daarbij op dat veel kinderen een enorme hekel hadden aan het schrijven van de werkstukken, voor sommigen werd het echt een nachtmerrie. En zo ontstond mijn allergie voor “platte” werkstukken!
Na een paar jaar worstelen met deze werkvorm was het voor mij genoeg, ik wilde niet meer op deze manier bezig zijn met het verwerken van informatie. Dat moest toch anders kunnen? Met de collega’s van de groepen 7/8 zijn we gaan zoeken naar alternatieven. Het schrijven van teksten moest wel blijven, maar we zochten naar manieren die beter pasten bij de 21e eeuws vaardigheden (zonder dat we toen al wisten dat dat later zo genoemd ging worden trouwens).

En we hebben het gevonden! In de literatuur wordt het 3O leren genoemd (Onderzoekend, Ontwerpend en Ondernemend leren), maar wij spreken simpelweg over projecten. Het fantastische aan deze projecten is dat kinderen veel meer een eigen inbreng hebben in de uitwerking van het onderwerp. Stiekem zijn ze heel veel bezig met het verwerken van informatie, het zoeken in bronnen, het beschrijven van hun stappen en/of handelingen, maar ze ervaren dat niet meer als een enorme belasting. Ze werken altijd in groepjes (soms van 2, meestal 3 of 4 kinderen) en daarbij kunnen ze vaak hun eigen talent beter tot zijn recht laten komen. Ook hebben ze altijd hulp om zich heen als ze vast komen te zitten, ze doen het echt samen.

We maken bij onze projectenOOL-cirkels gebruik van de cycli voor ontwerpen en onderzoeken (bron: wetenschapsknooppunt Zuid Holland); ze zorgen voor structuur bij het ontwerpen van een project, maar ze zorgen er ook voor dat leerlingen eerst heel breed kijken en dan pas gaan inzoomen op een kleiner aspect van het probleem.

Zijn we dan nu tevreden en hoeft er nooit meer een werkstuk te worden geschreven? Wat het eerste betreft: nee, ik ben nog niet tevreden. Ik ben nog op zoek naar een goede leerlijn mediawijsheid. Hoe maak je gebruik van die enorme brij informatie op internet, hoe leer je kinderen daar kritisch mee om te gaan, wat is waar en wat is onzin? Daar doen we nu nog onvoldoende mee en dat voelt als een gemis.
En dat werkstuk komt vast nog een keer terug, maar dan in een andere vorm. Bijvoorbeeld leerlingen in groepjes een onderzoek laten doen naar iets en dat laten beschrijven een Google-document of iets in die trant. En dat je dan als leerkracht online feedback kan geven. Ideeën genoeg! Het komt terug, maar nooit meer zoals het was want ik hoef er maar aan te denken en het gaat weer jeuken…

ps: en nog bedankt Frans, het was hoog tijd voor weer eens een blog!

Raspberry Pi project

De start

Deze meivakantie was het dan eindelijk zover; ik ging aan de slag met mijn Raspberry Pi (gekregen van mijn broer op mijn 50e verjaardag). In het kader van: je bent nooit te oud om te leren. Ik had er op twitter al zoveel over gehoord, dat moest ik uitproberen!
PiSamen met jongste zoon boog ik me over het boek Raspberry Pi voor beginners. Dat leek me een mooie start en het begin zag er ook niet al te ingewikkeld uit.
Nu, een week verder, denk ik er toch iets anders over en de is mijn frustratieniveau al behoorlijk genaderd.
Het leek allemaal best goed te gaan: eerst de spullen in huis halen (een mini sd-kaart en een behuizing, de rest was nog voorradig in huize Mol). Daarna kon het echte werk beginnen. Via www.raspberrypi.org/downloads de laatste Raspbian image gedownload en in een map gezet, vervolgens de Win32 Disk Imager gedownload en uitgepakt.
De hele mikmak op de sd-kaart gezet en toen kregen we de eerste tegenslag: het scherm gaf geen beeld. Het is een oud vga-scherm, maar dat zou toch geen probleem moeten zijn met een verloopkabeltje, dachten we. Wel dus, we kregen helemaal niets te zien. Alles verhuisd naar de tv, en daar hadden we inderdaad snel beeld. Maar om nou te zeggen dat we daar comfortabel zaten…
Die dag hebben we de instellingen nog aangepast, en eigenlijk waren we behoorlijk tevreden met het behaalde resultaat. Morgen verder!20150504_151735_263

NOOBS

De volgende pagina in het grote boek was het installeren van een besturingssysteem. Klonk ook niet al te ingewikkeld, dus aan de slag met NOOBS. We kwamen er al snel achter dat we het werk van de dag ervoor op deze manier teniet deden. Dat heb je als je nauwelijks benul hebt wat je aan het doen bent. Het ging verder prima, en al snel hadden we het menuscherm zoals dat beloofd werd. Leuk, maar wat nu?

PuTTY

Het mooie van PuTTY is dat je je Pi kan besturen via je eigen Windows pc. Leek me ideaal, want het werken met de tv als scherm was niet echt heel handig. En zowaar, op een avond lukte dat zomaar en kon ik heerlijk achter mijn eigen laptop de Pi besturen.

Mopidy

Gelijk aan de slag gegaan met Mopidy (een muziekserver waarmee je via Spotify muziek zou kunnen afspelen). Tot mijn stomme verbazing lukte het installeren (zó blij met Google, wat is er toch veel te vinden op het internet!) best heel aardig. Geen idee wat ik aan het doen was, maar Pi was druk bezig er van alles op te zetten. Helaas, de euforie was van korte duur. Bij de laatste lijst met checks die de PI deed, kwam ineens in fel geel een foutmelding. Dat er iets niet goed was gegaan was duidelijk, wat dat precies was, en vooral, hoe ik dat zou moeten oplossen, was me minder duidelijk! Goed, morgen verder!

Samengevat

Morgen werd drie dagen later, ik bespeurde toch wat vermijd-gedrag bij mezelf! Maar goed, vandaag de stoute schoenen weer aangetrokken en gewerkt aan de Pi. Maar tot mijn grote frustratie lukte er helemaal niets. Geen groen lampje en (weer) bleek de sd-kaart van 16G veranderd te zijn in een van 800M! Ggggrrrr, wat doe ik fout???
Nu heb ik het punt bereikt waarop ik terugkijk naar de afgelopen week. Is alles voor niets geweest of heb ik er toch wel iets van opgestoken? Het eerste klopt als je puur technisch kijkt naar alles wat we met de Pi gedaan hebben. Dat moet over. Maar het laatste is toch ook zeker het geval; alles bij elkaar heb ik toch aardig wat geleerd:

  1. Je moet de Pi nooit zomaar via de stroomkabel uitzetten, daar kan het systeem en het sd-kaartje niet tegen. Voilá, de oorzaak van het 2x crashen van de sd-kaart. Zodra ik hem weer up and running heb dus altijd uitzetten met het commando sudo halt -p.
  2. Cntrl C is de code waarmee je altijd weer terugkomt naar de Raspberry promt. Klinkt waarschijnlijk te onnozel voor woorden voor mensen met programmeerervaring, voor mij was het een enorme vondst!
  3. Ik weet inmiddels aardig mijn weg naar informatie over de Pi. Als je maar de juiste woorden intypt kom je altijd wel op een pagina waar jouw probleem (en vooral de oplossing ervan) beschreven wordt. Ook zijn we erachter gekomen dat het veelbelovende boek Raspberry Pi voor Beginners, een minder handig naslagwerk is dan we gedacht hebben. Die gaat de kast in (sorry broertje)!
  4. Volgens mij heb ik ook gevonden hoe ik ervoor kan zorgen dat de Pi het doet op het oude vga-scherm. Dat wordt mijn eerstvolgende missie.
  5. Voor mensen zoals ik, die echt nul ervaring hebben op het gebied van computers en programmeren, is dit een lastiger project dan ik aanvankelijk had gedacht. Ik heb serieus gedacht: “Dat doe ik wel eventjes”. Hoogmoed komt voor de val, dat blijkt maar weer. Gelukkig merk ik ook dat ik wil doorgaan. Ik zal het snappen, op een gegeven moment!
    Wordt dus vervolgd!

The Secret Student

Secret-StudentIn groep 8 komt er vaak een moment waarop sommige kinderen het erg lastig vinden om geconcentreerd aan het werk te blijven, hun beurt af te wachten en een goede luisterhouding aan te nemen. Voorgaande jaren was de Cito-eindtoets het breekpunt, ervoor werd nog hard gewerkt en hadden de leerlingen vaak een duidelijk doel voor ogen, erna zagen we veel meer storend gedrag. Typisch groep 8 gedrag, zeiden we dan tegen elkaar. Dit jaar is de Cito-toets wel uitgesteld (en gelukkig van veel minder belang dan voorheen) maar het typische groep 8 gedrag is toch weer zichtbaar geworden in onze groep. Zodra alle leerlingen waren aangemeld op het VO stak het weer de kop op. Behoorlijk frustrerend, als je als leerkracht echt nog wel wat te vertellen hebt en je dagen niet wil vullen met politieagentje spelen!

Hoog tijd om The Secret Student in de groep te introduceren. Ik had er kennis mee gemaakt via Twitter, daar werden de volgende twee filmpjes gedeeld.

Beiden zijn trouwens zeer de moeite waard om te bekijken. Aan bod komen de mini whitebordjes en de lolliestokjes die we al een paar jaar met succes gebruiken in onze groep.
In deel 2 wordt The Secret Student geïntroduceerd (vanaf min.23). In het kort komt het hierop neer:
Elke dag wordt er random een leerling gekozen die die dag The Secret Student is. Hij/zij representeert die dag de gehele groep. Die dag let de leerkracht speciaal op deze leerling. Vertoont hij/zij prima gedrag, hoeft er weinig gecorrigeerd te worden dan verdient de groep een punt. Is het gedrag van The Secret Student niet goed, dan wordt er geen punt verdiend. De volgende dag bespreekt de leerkracht het resultaat met de groep. Als er wel een punt is gescoord wordt de betrokken leerling uitgebreid in het zonnetje gezet en gecomplimenteerd met de manier waarop hij/zij zich gedragen heeft. Is er geen punt behaald, dan bespreekt de leerkracht dit zonder de naam van de leerling te noemen. Elke dag wordt er random een naam gekozen, dat betekent dat elke leerling steeds weer aan de beurt kan komen, ook al is hij/zij al een keer geweest.
Op de poster, ontworpen door collega Bart Dingen, kunnen we aangeven wie de punten voor de groep binnen hebben gehaald.

Wij hebben een termijn van 30 lesdagen ingesteld. Op 20 mei verstrijkt de termijn en er moeten dan 20 punten behaald zijn. Als dat gelukt is verdienen de kinderen een beloning. Wat, daar zijn ze het nog niet helemaal over eens, er wordt gedacht aan een filmmiddag met popcorn, maar ze hebben het ook al over een middagje zwemmen. Daarvoor moeten er dus wel 20 punten gehaald worden. We zitten nu (na 5 dagen) op 3 punten. Ik hoorde op dag drie al iemand zeggen: “Stil nou, misschien ben jij wel the seceret student!”, en dat is precies waar het bij deze methode om gaat: peer-pressure. Daarnaast doet de parallelgroep 8 van onze school ook mee met The Secret Student, ze houden elkaar dus ook nog eens in de gaten. Stel je nou voor dat zij het wel halen en wij niet…, ondenkbaar!

We zijn benieuwd naar het effect op het gedrag van de kinderen en op de gehele sfeer in de groep.

In dit artikel is nog wat meer informatie te vinden over The Secret Student. Met name de laatste zin in de eerste alinea vonden we een mooie aanvulling!

2015-03-16 19.28.08

Schrijven kun je leren

logo teksterAl geruime tijd waren we in de bovenbouw niet tevreden over het schrijfonderwijs dat aangeboden werd via onze taalmethode (Taal in Beeld). De opdrachten waren vaak van hetzelfde soort (eindeloos een plan van aanpak schrijven bijvoorbeeld) en er was weinig variatie in tekstsoorten (meestal infoteksten).
We hadden het er in onze parallelvergaderingen al eens over gehad dat we daar verandering in wilden aanbrengen, toen op een dag een tweet voorbij kwam van @schrijfproject Tekster.

Dat was precies waar we op zaten te wachten  en al snel hadden zich 6 leerkrachten (alle bovenbouw groepen doen mee) zich aangemeld voor deze methode.
Het gaat om een schrijfmethode die ontwikkeld is en onderzocht wordt door Monica Koster, Renske Bouwer en Huub van de Bergh. Ze zitten nu in het tweede jaar van het onderzoek.
Drie collega’s volgen de trainingen van Monica en Renske, de andere drie krijgen weer training van hen. De onderzoekers proberen zo na te gaan of de methode ook goed overdraagbaar is.

We gebruiken de methode nu ongeveer 7 weken en ik was vanaf dag 1 verkocht! Op de site van Tekster kan je lezen hoe de methode in zijn werk gaat. Wij gebruiken in groep 8 het acroniem EKSTER om de te volgen stappen bij het schrijven van een tekst beter te kunnen onthouden. EKSTER staat voor:

  • Eerst nadenken
  • Kiezen en ordenen
  • Schrijven
  • Teruglezen
  • Evalueren
  • Reviseren

Afgezien van deze stappen, werkt de methode erg gestructureerd bij het aanleren van strategieën om verschillende teksten te kunnen schrijven. Er wordt veel uitgegaan van “modeling”; door hardop te denken en voor te doen laat de leerkracht zien hoe hij/zij het gegeven probleem op zou lossen. De leerlingen hoeven dan alleen de gebruikte strategie te volgen, er hoeft op dat moment geen energie gestopt te worden in eventuele oplossingen en het daadwerkelijke schrijven.
Een ander belangrijk onderdeel in deze methode is het feedback geven; de leerlingen geven die aan elkaar en op basis van die gegeven feedback wordt de tekst herschreven (stap 6: Reviseren).
In principe wordt er elke les een andere tekstsoort aangeboden, de lessen blijven zo overzichtelijk en er hoeven geen ellenlange teksten geschreven te worden.
Tot nu toe hebben we de volgende tekstsoorten gehad: een verhaal, een recept (van appelflappen, en natuurlijk hebben we daarna appelflappen gemaakt), een brief, een instructie (van een leuk spel dat we zo nu en dan nog steeds spelen in de klas) en afgelopen week een uitnodiging (jawel, voor de komende musicaluitvoering, dat leeft wel in groep 8). De kinderen zijn enthousiast en de resultaten zijn veelbelovend.
Daarnaast hebben we inmiddels twee gezellige en zinvolle trainingen (gegeven door Renske en Monica) in Breda achter de rug. De eerste was vooral gericht op kennismaking en modeling, de tweede had als hoofddoel het feedback geven op teksten. Dat laatste valt nog niet mee: kort en krachtig tips en tops geven waarmee de leerling verder kan. Goed om daarbij te bedenken dat je de leerling niet in een keer 3 niveaus kan laten stijgen, maar tevreden zijn met één of twee!
Met de drie collega’s die de trainingen in Breda hebben gevolgd, geven we ook weer de trainingen aan onze collega’s zodat ook zij de lessen goed kunnen geven in hun groep.

Kortom: we zijn erg tevreden over deze schrijfmethode in wording. We hopen dat er gevolg aan wordt gegeven, want weer terug naar de oude schrijflessen willen we beslist niet. Het plan van aanpak komt ons de keel uit!

Landen-project

Na de carnavalsvakantie starten we op de Meent met een schoolbreed project Landen. Alhoewel ik niet in de werkgroep daarvoor zat, kon ik het toch niet laten er voor groep 8 iets leuks voor te verzinnen.
Op Twitter had ik eens gehoord van een project van @PStaals waarbij hij zijn klas een digitaal reisbureau liet maken. Zoiets in gedachten hebbend ben ik aan het ontwerpen gegaan.
We werken bij onze projecten op school volgens het OOL principe (Ontdekkend en Ontwerpend Leren), dus ook dit project moest worden opgebouwd volgens deze criteria.

Bij deze de link naar de opzet van het project en het werkboekje voor de leerlingen.

Mediawijsheid in groep 8

In groep 8 komt er steeds weer een moment waarop de groep aan de slag gaat met een groeps-Whatsapp. Dit jaar was dit zo rond de kerstvakantie aan de orde. En al snel kregen we geluiden te horen van 125 berichtjes in een uur tijd en dat soort grappen.

Hét moment om de les Whatshappy van Kennisnet er weer bij te halen. Vorig jaar voor het eerst gedaan en dat was toen goed bevallen. Ook dit jaar was de groep weer erg betrokken en aan het einde van de les hadden we weer een poster met afspraken hangen.

Toen Remco Pijpers via Twitter een paar weken geleden vroeg om testers voor de les InstaGrap (van Mijn Kind Online), waren mijn collega Anouk en ik daar al snel voor te porren. Ook deze les was een succes. De kinderen waren enorm betrokken bij het onderwerp. Via Klasbord mochten ze foto’s delen van voorbeelden van InstaGrappig en InstaStom. En dat deden ze! De foto’s stroomden binnen. Meestal met een keuzemogelijkheid erbij of je ze grappig of stom vond. Sommige foto’s leverden ook weer mooie discussies op.

De twee posters hangen nu gebroederlijk naast elkaar en zo nu en dan verwijzen we er naar. Weten jullie nog…?
2015-02-25 15.06.39