Atelier kriebelbeestjes

Dit schooljaar zijn we begonnen met zogenaamde ateliers op de Meent. In onze nieuwsbrief wordt het als volgt omschreven:

Atelier leren
In verschillende workshops in de school maken de kinderen kennis met de wereld om hen heen en gaan zij op ontdekkingsreis langs de verschillende vakken. We leren hen op een andere manier naar dingen kijken. Zo kunnen zij hun creativiteit nog meer ontwikkelen en zich nog beter voorbereiden op de toekomst. Het kind leert hierdoor vraagstukken oplossen met originele ideeën.  Het Atelier-programma van De Meent is een broedplaats van creativiteit en innovatie. Het kind leert samen te werken, te plannen, initiatieven te nemen en te presenteren. Atelierleren prikkelt de fantasie en de interesses. Het maakt zelfstandig en brengt verantwoordelijkheid bij.
Maar Atelier betekent nog veel meer: elkaar helpen, de weg op internet vinden en sportief en creatief aan het werk zijn, de sportzaal in of naar de theaterklas. Tijdens het Atelier ontdekt het kind dus hoe leuk het is om te ondernemen, te onderzoeken en te ontwerpen!
In 2 rondes van ieder 6 middagen kunnen kinderen zich inschrijven voor een workshop die hen interesseert om vervolgens 6 weken met dat onderwerp bezig te zijn. 

Een selectie van de ateliers waar kinderen uit konden kiezen tijdens deze eerste ronde:

  • Beauty & fashion
  • Fotografie
  • Kunst & zo
  • Werken met brooddeeg
  • Sport
  • Proefjes
  • Presenteren doe je zo
  • Franse les
  • Bouw je eigen droomhuis
  • Computers & more
  • Maak je eigen vogelhuisje

Voor mij was het niet moeilijk een onderwerp voor een lessenserie te bedenken. Ik heb als eerste opleiding de laboratoriumopleiding zoölogie gevolgd waarbij tijdens het afstuderen onderzoek doen naar insecten centraal stond. Nog steeds vind ik insecten heel interessant en dat combineren met het doen van onderzoek is het helemaal.
Kriebelbeestjes dus!
Nadat ik bedacht hoe ik het project ging opbouwen kon ik een poster maken.

Atelierposter

Ondertussen was ik best gespannen of er überhaupt wel kinderen zijn die net zo gek van insecten zijn als ik. Mijn  collega’s vonden het in ieder geval een “bijzondere keuze”!

De opbouw van mijn atelier kan je hier vinden, verder heb ik voor een aantal lessen werkbladen gemaakt waaronder de les van de pissebedden.
Van alle foto’s die ik maakte tijdens de lessen heb ik een filmpje gemaakt:

Na afloop van de ateliers hebben kinderen en leerkrachten een evaluatie ingevuld. De resultaten daarvan gebruiken we voor de tweede serie die gepland staat in maart/april.

Alles bij elkaar was het een flinke organisatorische klus maar het enthousiasme van de kinderen maakt het allemaal waard!

 

 

 

 

 

OzoBot en werkwoorden

Het begon met een OzoBot, gekocht in de meivakantie bij ICT-leskisten (vlotte levering trouwens) om uit te proberen en lekker mee te spelen. Het uiteindelijke resultaat is een zeer bruikbaar werkwoordenschema voor in de wisbordmapjes. En gelukkig ook nog een leuk speelveld om kinderen te laten spelen met de OzoBot en tegelijkertijd te laten oefenen met werkwoorden.

Om te beginnen maar eens die OzoBot: een schattig klein robotje op wieltjes die kleuren “leest”. Hij volgt een met stift getekende lijn op een wit vel papier en afhankelijk van de kleurcodes die hij tegenkomt voert hij bepaalde handelingen uit (rechtsaf, linksaf, omdraaien, versnellen, vertragen, coole moves, enz.). Daarnaast laat hij ook nog eens zien over welke kleur hij rijdt door zijn verlichting aan te passen. De OzBot werkt met de kleuren rood, groen, blauw en zwart, maar laat je hem over paars rijden dan geeft hij paars licht en rijdt ie over geel, dan kleurt hij geel. Er zijn verschillende sites waar lessen staan uitgewerkt om in de klas mee aan de slag te gaan. Niet zo geschikt voor een hele groep, tenzij je de beschikking hebt over een stuk of 10 OzoBots, maar dat is een prijzig grapje… Wel zag ik op de site van Erno Mijland een mooi voorbeeld van een wedstrijd waarbij de kinderen worden uitgedaagd de mogelijkheden van de OzoBot te verkennen. Die ga ik zeker nog eens in de klas doen. Eerst een opzet laten maken op het wisbordje, als het helemaal naar wens is in het echt laten tekenen op A3 formaat en vervolgens de OzoBot laten rijden. Super leuk!
Behalve het zelf tekenen van een doolhof en het bepalen van de route, kan de OzoBot ook gebruikt worden in combinatie met verschillende apps. Mijn Android toestel heeft alleen de OzoGroove en die heb ik nog niet geprobeerd. Lijkt me ook minder geschikt voor het onderwijs.
Wat ik wel al uitgeprobeerd heb en waar ik erg enthousiast over ben is OzoBlockly. Een (gratis) online programma waarmee je de OzoBot kan programmeren met behulp van blokken zoals bij Scratch gebruikt worden. Erg toegankelijk dus. Het mooie is dat je een programma schrijft, dat in je OzoBot laadt door hem tegen je scherm te houden en vervolgens voert je OzoBot je programma irl uit! Daar ga ik nog eens uitgebreid mee aan de slag en kijken wat ik daarmee kan in het onderwijs.

Na de eerste kennismaking met de OzoBot wilde ik een toepassing bedenken voor in de klas. Al snel kwam ik op werkwoorden uit. Niet geheel toevallig want mijn groep 8 heeft nog steeds grote moeite om de verschillende stappen daadwerkelijk te nemen waardoor ze nog steeds erg veel fouten maken. Daar moest toch iets voor gevonden worden?!
Na vele mislukte pogingen heb ik uiteindelijk wel iets gemaakt dat gebruikt kan worden, maar om nou te zeggen dat dit de ultieme toepassing is van de OzoBot… nee dus!

Uiteindelijk heeft het weinig te maken met programmeren, het werk van de kinderen worden niet gecontroleerd en het speelbord (printen op A3-formaat, met verschuifbare strips aan de achterzijde van het blad) is niet even voor alle kinderen na te maken. Allemaal nadelen, maar wat heb ik heerlijk zitten spelen. En ik ga het gebruiken ook. In combinatie met het schema in de wisbordjes (wij gebruiken gladde insteekhoesjes), waarop de kinderen zelf de route kunnen aangeven met hun whitebordstift (gewoon met pijltjes) en steeds mag één groepje bij elke nieuwe zin het speelbord van de OzoBot gebruiken. En reken maar dat ze dat leuk vinden, daar ben ik van overtuigd. En nu maar hopen dat dit als resultaat heeft dat dat werkwoordschema in hun hoofd blijft zitten (en dat ze het ook gaan gebruiken :-S)!

20160506_144242

Conclusie: die OzoBot is een leuk klein robotje dat beslist toegevoegde waarde kan hebben in programmeerlessen het basisonderwijs. Niet specifiek op de hierboven beschreven manier, maar gecombineerd met OzoBlockly zie ik echt wel mogelijkheden. Het liefst geïntegreerd in bestaande vakken, maar op zichzelf staand in projecten over programmeren zou ook al mooi zijn. Daar ga ik de komende tijd nog eens goed over nadenken. Als ik wat gevonden heb dan meld ik me weer!

Rekenen in the picture

Vorige week hadden wij een studiemiddag over rekenen. Georganiseerd door de werkgroep rekenen, die zich bezig houdt met allerlei nieuwe ontwikkelingen op het gebied van rekenen. Zij kijken naar onze resultaten, knelpunten met de methode en mogelijke verbeteringen. En organiseren dus studiebijeenkomsten zoals deze.

De som is eigenlijk maar het topje van de ijsberg

De som is eigenlijk maar het topje van de ijsberg

 

 

 

 

 

 

 

 

Eerst werden we bijgepraat door een rekendeskundige die betrokken is bij de begeleiding van kinderen op school (Christien Freeke). Zij vertelde wat over de rekenontwikkelingen in vogelvlucht, over de hoofdlijnen van het leren rekenen en over de obstakels die kinderen tegen kunnen komen. Over de hardnekkigheid van rekenproblemen en uiteraard over de aanpak van kinderen met rekenproblemen.

Handelingsmodel met voorbeelden

Handelingsmodel met voorbeelden

 

 

 

 

 

 

 

 

Na deze basis gingen we uiteen in bovenbouw en onderbouw. In de bovenbouw hebben we het gehad over de “ideale” rekenles en over het inzetten van spellen. Onze rekenwerkgroep is van mening dat spelenderwijs leren voor veel kinderen een mooie aanvulling is op het “gewone” leren uit de methode. Juist door spelletjes te doen gaat voor de zwakke rekenaars de druk er een beetje af en gaan zij het rekenen ook weer leuk vinden.
We kregen ook zelf een spel voorgelegd dat we moesten spelen. Ik zat in het groepje dat Canadees vermenigvuldigen ging spelen. Een superleuk spel waar ik natuurlijk weer fanatiek mee aan de slag ging. Andere groepjes kregen andere spellen van de site van het SLO.
Aan het eind van de middag hebben we afgesproken dat we elke week minimaal één keer een rekenspelletje gaan inzetten in de groep. Natuurlijk begint het bij mij dan meteen te kriebelen en ga ik op zoek naar nog meer ideeën voor leuke, zinvolle rekenspellen.

Tips:

Waarschijnlijk zijn er nog veel meer voorbeelden van “good practice”. Heb je nog tips die in bovenstaand rijtje thuishoren, laat dan even een berichtje achter!

Rekenen in de bovenbouw

Ben je, net als ik, een bovenbouwgebruiker van de methode Pluspunt, dan is dit blog misschien wat voor jou.
In dit schooljaar hebben wij onze werkwijze met rekenen drastisch veranderd. Aanleiding daartoe was het OinO-congres Kind in de Spotlights op 12 november 2015. Daar  heb ik de lezing bezocht van Yvonne Zwart met als onderwerp: De leerling als eigenaar van zijn eigen leerproces. Daarnaast gaan veel credits naar Meester Jorrit, dankzij een tweet van hem over dit onderwerp en zijn antwoorden op mijn vele vragen is deze opzet ontstaan.
Achtergrond van de keuze voor deze aanpak vind je hier.

In het kort komt het hierop neer:

  • Kinderen maken de schaduwtoets (verkrijgbaar bij Pluspunt als je beschikt over de digitale toetsen van Pluspunt). Deze toets is qua lay-out, moeilijkheidsgraad en aantal sommen volledig vergelijkbaar met de normale toets.
  • Op je datamuur (of ergens anders zichtbaar in je lokaal) hang je het overzicht met rekendoelen voor het blok waar je mee bezig bent. Wij sturen het de ouders ook per mail aangezien lang niet alle ouders van groep 8 nog regelmatig in het lokaal komen.
  • Je kijkt de schaduwtoets na, leerlingen vullen hun score in op hun doelenblad, en daarnaast ook de eerste 2 vragen op het doelenblad.
  • Je start nu het blok zoals je dat gewend bent, met dat verschil dat je nu precies weet welke onderdelen door welke leerlingen nog als lastig worden ervaren. Je hebt dus een soort groepsplan rekenen per blok i.p.v. per 6 weken. Mogelijk kunnen een aantal lessen vervallen omdat de onderdelen die daarin behandeld worden al door alle kinderen beheerst worden. Wij stellen alle lessen met nieuwe doelen van het blok voor alle leerlingen verplicht. Zo krijgen ook meer/hoogbegaafde kinderen de juiste instructie en ontwikkelen zij niet eigen maniertjes die later fout blijken te zijn.
  • Aan het einde van het blok wordt de normale toets gemaakt en deze scores worden genoteerd in je eigen administratiesysteem (bij ons Parnassys). Kinderen die in de schaduwtoets al een 10 haalden voor een bepaald onderdeel (dus NUL fouten), hoeven dat onderdeel in de eindtoets niet  meer te maken.
  • De leerlingen krijgen hun toets terug en vullen het doelenblad verder in. De laatste 3 vragen worden beantwoord. Je kan ervoor kiezen van een aantal of van alle leerlingen vervolgens de mapjes in te nemen en hun evaluatie te bekijken. Ik kies er meestal voor dit kort even klassikaal te bespreken. Wat heb je gedaan om je score te verbeteren, wat heeft gewerkt, wat zou je volgende keer andere kunnen doen?

De volledige beschrijving van deze aanpak en een voorbeeld van een doelenblad voor de leerling vind je hier.

Wij (leerkrachten van groep 8) zijn erg blij met deze nieuwe aanpak en ook de kinderen willen niet anders meer. De methode van Pluspunt leent zich naar mijn idee ook bijzonder goed voor deze aanpak. Zeker in de groepen 7 en 8 waar in een blok steeds toetsdoelen aan bod komen en nieuwe doelen. Die nieuwe doelen worden in het volgende blok getoetst.
Natuurlijk is het voor de leerlingen een sport om bij de schaduwtoets al zoveel mogelijk tienen te halen, maar ook de zwakkere leerlingen zien de uitdaging om de score van de schaduwtoets te verbeteren. Deze week nog met een leerling een prachtig gesprek gehad over de reden van een onvoldoende voor een bepaald onderdeel van de schaduwtoets. Ze merkte zelf op dat er wel erg veel slordigheidsfoutjes in haar werk zaten. Daar wilde ze bij de eindtoets beter op gaan letten. Uiteindelijk deed ze veel langer over haar toets dan normaal, maar dat werd dan ook beloond met een maximale score van vier tienen! En trots dat ze daarop was, prachtig!

Ik ben benieuwd wat je van deze aanpak vindt en of je hem een keer wil gaan uitproberen. Leuk als je eigen ervaringen wil delen, samen maken we elkaar tenslotte sterker!

Werkwoordspelling coöperatief oefenen

Jaren geleden, toen ik nog in een 7/8 stond deden we deze oefening bijna elke week. Een coöperatieve oefenvorm voor werkwoordspelling. Vraag me niet waarom hij in de vergetelheid is geraakt, maar afgelopen vrijdag dook hij ineens weer op. En hij is zo leuk dat ik hem met jullie wil delen!

Je kan deze werkvorm toepassen vanaf het moment dat kinderen werkwoordspelling aangeboden krijgen, je maakt hem namelijk zelf zo makkelijk of moeilijk als past bij jouw groep.
Het GIPS principe staat aan de basis van deze coöperatieve werkvorm.GIPS-principe

 

 

 

 

 

 
Voorbereiding:

  1. Kies 8 werkwoorden passend bij het niveau van jouw groep en zet die klaar op je bord. Zet op de volgende pagina  de antwoorden vast klaar. Ik kom daar zo op terug.
  2. Print de placemat werkwoorden uit op A4 formaat, schrijf in de driehoeken boven de nummertjes een vervoeging, bijvoorbeeld hij-vorm tegenwoordige tijd of voltooid deelwoord. Hierin kan je dus differentiëren, gebruik die vervoegingen waar jouw groep op dat moment mee bezig is.
    Werk je met een heterogene groep, zet dan kinderen van dezelfde groep tegenover elkaar aan de placemat en pas de opdracht per groep aan op het niveau. Schrijf in de driehoeken in dat geval ook voor welke groep de vervoeging is.
  3. Kopieer de placemat nu op A3 formaat voor het aantal groepjes van 4 (of 3) dat je met jouw groep kunt maken.

Organisatie:

  1. Maak groepjes van 4 of 3 (bij heterogene groepen liefst van elke groep 2 leerlingen) en laat elk groepje rondom een tafeltje gaan zitten. Elke groepje krijgt één placemat op tafel.
  2. Laat nu de werkwoorden op het bord zien. De leerlingen werken eerst in stilte aan hun eigen rijtje. Leerling A moet bijvoorbeeld van alle 8 werkwoorden de hij-vorm tt opschrijven, leerling B het voltooid deelwoord, leerling C de wij-vorm vt en leerling D het bijvoeglijk gebruikt voltooid deelwoord.
  3. Als alle leerlingen hun eigen rijtje af hebben, geef je het teken waarop de placemat een kwartslag (homogene groep) of een halve slag (heterogene groep) moet draaien. Elke leerling kijkt nu het werk na van een andere leerling. Benadruk bij deze stap dat ze elkaar nu moeten gaan coachen, dus niet: “het is fout wat hier staat”, maar: “ik denk dat het anders moet omdat ….”. En dat moet dan natuurlijk gevolgd worden door een motivatie. Zijn beide leerlingen het eens dan mag het woord veranderd worden.
  4. Als alle rijtjes zijn nagekeken en verbeterd kan je eventueel nog een keer een kwartslag draaien met de placemat, afhankelijk van je tijd.
  5. Laat na afloop de juiste antwoorden zien (4 rijtjes van 8 werkwoordvervoegingen) en bespreek ze na. Het groepje met de meeste goede antwoorden heeft gewonnen (high five!). Als je merkt dat kinderen binnen een groepje tegen elkaar gaan opbieden hoeveel of hoe weinig fouten ze zelf hebben gemaakt, bespreek dan nog eens het principe van de oefening: omdat je elkaars werk controleert ben je gezamenlijk verantwoordelijk voor het eindresultaat.

Heb je vragen over deze oefening? Laat even een reactie achter dan help ik je op weg.

Veel plezier ermee!

Coöperatief tekenen

Op Twitter werd enthousiast gereageerd op mijn post over het coöperatief tekenen dat we in groep 8 hebben gedaan.

Ik heb het niet helemaal zelf verzonnen. Pinterest was weer eens een bron van inspiratie: https://www.pinterest.com/pin/322570392034230523/

Hoog tijd om er een blog aan te wijden. Hoe te maken en hoe in te zetten.

Het maken
Dat is een kwestie van zagen en boren. Niks moeilijks aan. Hieronder de tekeningen (gemaakt door manlief).
Wij hebben in eerste instantie een vierkant gemaakt maar bij de eerste keer proberen bleek dat je de punt van de stift dan nauwelijks kan zien. Toen heb ik er driehoeken uit gezaagd. Als je meteen het kruis maakt kan je zuiniger zagen.

Liesbeth_Wig Liesbeth_TekenKruis

 

 

 

 

Touw van de Action, aan elke punt een touw van 2 meter (de eindjes even afbranden en een knoopje erin, dat voorkomt wegglijden), dubbel door het oog halen en de uiteinden samen door de lus halen. Het wigje kan je het best van onderaf in het gleufje schuiven (zoals op de foto hieronder), dan zorgt het gewicht van het kruis ervoor dat de stift vast wordt gezet door de wig.

20150919_093108

 

 

 

 

 


Het gebruik

Om te beginnen de tip: knip vuilniszakken in stukken en leg die op de tafeltjes (zet vast met tape). Zo voorkom je dat de watervaste stift een doolhof achterlaat op de tafels. Plak het doolhof met tape op de tafel. De doolhoven kan je gewoon van internet halen, kies voor een makkelijke (level 1) een moeilijkere (level 2) en een heel lastige (level 3). Vooral bij level 3 kan er frustratie ontstaan en dat is weer mooi voor de nabespreking.
Maak groepjes van 4 kinderen. Als je, net zoals ik, zelden een groep leerlingen hebt die je kan delen in groepjes van 4, dan kan je ook groepjes maken van 3 en 5. Hoe meer kinderen des te lastiger is het samenwerken. Zorg ervoor dat elk groepje één tafeltje gebruikt en zorg voor genoeg ruimte voor elk groepje. Desnoods 1 of 2 groepjes op de gang laten werken.
Leg de opdracht uit, deel de spullen uit en laat ze vooral zelf aan de slag gaan. Je kan de opdracht geven dat ze er niet bij mogen praten, maar dat is heel lastig (en ook een beetje gemeen, weet ik uit eigen ervaring). Als je een doolhof saai vindt kan je ook een opdracht op het bord zetten (teken een huis met schoorsteen, een deur en een raam en een boom ernaast, o.i.d.).
Het gaat bij deze opdracht natuurlijk vooral om de nabespreking: wat ging goed, wat ging minder goed, wie nam de leiding, waar merkte je dat aan, wat is een goede leider, wat zie je aan een goede leider (stemvolume, gedrag). Als er ruzie ontstond hoe kwam dat dan, hoe kan je dat voorkomen? Hoe kan je ervoor zorgen dat ook het moeilijkste level getekend kan worden? Enz., enz.

Veel plezier ermee, tips en reacties lees ik natuurlijk graag!

 

Groepsvormende activiteiten

Ik stuur steeds weer met alle plezier mailtjes naar tweeps die vragen om voorbeelden van lessen of in dit geval, groepsvormende activiteiten. Geen probleem natuurlijk, maar waarom er niet eens een blog aan wijden? Dan kan iedereen er gebruik van maken.

Bij deze de verzameling die ik vorig jaar bij elkaar zette voor mijn collega’s van groep 8. Veel zullen er ook geschikt zijn voor de middenbouw, schat ik zo in. Ik verwijs naar het boek Energize! of Energize II. Daar staan trouwens nog veel meer leuke activiteiten in!
Dit is bedoeld voor een groep 8, maar kan voor elke midden-bovenbouw denk ik wel gebruikt worden.

Veel plezier met de start van het schooljaar!

Kennismaking:

  • Souvenirs uit koffer bespreken (alle kinderen hebben na de vakantie een souvenirtje meegenomen, die liggen op de kast. In een koffertje liggen 5 souvenirs van mij en 5 van mijn duo, ik begin elke dag van de eerste week met één souvenir van mij en daarna zijn er 4 kinderen aan de beurt om over hun souvenir iets te vertellen.
  • Namenbingo (Energize blz. 30), laatst kwam trouwens een leuke op twitter voorbij, over activiteiten in de vakantie.
  • Smartiespel, kan eventueel vaker gespeeld worden met andere vragen (ook vakinhoudelijk), tot de smarties op zijn.
  • Vreemde vogels (Energize blz. 23). Lijkt op “Het zilveren lucifersdoosje” van de app Onderwijs Tiptool
  • Samen het ik-boekje van Juf Sanne invullen.
  • Speed-meting (via Bianca Bezema) om elkaar (snel) beter te leren kennen. Opdracht: bedenk één ding over jezelf dat je kort aan de ander kan vertellen. Loop rond en op signaal van de leerkracht ga je (steeds met iemand anders) samen zitten en ieder vertelt zijn speciale eigenschap/kwaliteit/hobby/etc.

Groepsvorming/samenwerking:

  • Speurtocht door de klas, naar een idee van Ine van Vuuren (@ivvuuren)
  • Opdracht over de gebeurtenis (in de zomervakantie van vorig jaar) op een station waarbij een passagier tussen de trein en het perron terechtkwam en er niet meer uit kwam. Laat de link niet aan de kinderen zien maar wel de foto waarop te zien is hoe de man vastzit. Beschrijf de gebeurtenis en vraag om oplossingen van het probleem (laat de kinderen die in groepjes bedenken). Bespreek die oplossingen. Laat daarna het filmpje zien. Bespreek het na. De kracht van samenwerking. Eventueel afsluiten met de volgende filmpjes.
  • De knoop ontwarren in 4 teams van 6 of andere samenstellingen als er kinderen afwezig zijn. Als een groepje oneven is of een kind meer of minder heeft dan het andere groepje, kan je ook een kind 2 touwen geven. Dit kan je het best in de speelzaal doen! Touwen nodig (3 per groepje lijkt me ideaal), zou ook in de gymzaal kunnen, daar zijn al (spring)touwen.
  • Laat het filmpje For the birds zien en praat over buitensluiten, anders zijn, pesten e.d.
  • Doolhof lopen  (is een zeil voor nodig waarop met stift een rooster op getekend wordt) of deze: als groep een bepaalde route volgend, de leerkracht houdt de regie.
  • Coöperatief doolhof tekenen: op internet zijn genoeg doolhoven te vinden, van makkelijk tot moeilijk.
  • Opdracht over probleemoplossen (laat filmpje over Ormie the pig zien maar stop direct na de intro en vraag kinderen in groepjes na te denken over manieren om het probleem op te lossen. Bespreek die oplossingen. Laat daarna rest van het filmpje zien tot 2.46 min. (goed opletten, niet te lang laten doorlopen). Laat de kinderen in groepjes bespreken hoe het filmpje afloopt. Bespreek die scenario’s. Laat dan het slot zien, hilarisch).
  • Tangram in groepjes Kan ook het beste in de speelzaal gedaan worden in twee groepen.
  • Deze zijn allemaal leuk, de tandpasta activiteit ken ik als leerkrachtactiviteit, maar dit is eigenlijk veel leuker. Een paar goedkope tubes tandpasta (of van die kleine vakantietubes) en je bent klaar. Ga ik zeker nog een keer doen!

Spel:

  • Namenwoorden (van de app Onderwijs Tiptool)
  • Groepsjongleren (van de app Onderwijs Tiptool), kan in de klas maar ook in speelzaal, wel meerdere pittenzakjes oid nodig.
  • Vingertwister (voor tweetallen)
  • Het spel met de bal rond gooien in zo kort mogelijke tijd. Hoe werkt het? Alle kinderen staan, de bal wordt naar de eerste leerling gegooid en de tijd start. Vervolgens wordt de bal zo snel mogelijk naar alle kinderen gegooid. Als je de bal hebt gehad ga je zitten. Als iedereen zit stopt de tijd. Probeer die tijd bij een volgende keer te verbeteren. Oja, als de bal niet wordt gevangen moeten alle kinderen weer staan, lekker frustrerend!

 

Werkstukken-allergie

Fijn, tijdens je vakantie uitgedaagd worden een blog te schrijven passend bij een afbeelding door Frans Droog, en natuurlijk moet het over onderwijs gaan! Onder de hashtag #blimageNL had ik op Twitter al veel mooie verhalen voorbij zien komen. Bij al die foto’s had ik een verhaal kunnen bedenken, zo niet bij de foto die ik van Frans kreeg. In eerste instantie was mijn reactie: hellup, ik weet niks! Maar als je, zoals ik, 24/7 met onderwijs bezig bent (en dat is heus niet altijd een zegen kan ik je vertellen), dan komt toch al snel een onderwerp bovendrijven. Bij deze dus:

https://twitter.com/FransDroog/status/625926011910246400

Toen ik 14 jaar geleden mijn eerste stappen zette in het basisonderwijs was het gebruikelijk dat de leerlingen minimaal één en liefst twee werkstukken per jaar schreven. In groep 7/8 waar ik na een jaar terecht kwam was dat ook een jaarlijks terugkerend “ding”. Nietsvermoedend ging ik mee in die traditie; uitleg geven over de opbouw van een werkstuk, aandacht besteden aan bronnen, interpunctie en afbeeldingen, meedenken over onderwerpen en zelf het internet en de bieb afstruinen naar goed materiaal om als basis te gebruiken voor een werkstuk. Tot zover allemaal geen probleem, ik vond het leuk om de kinderen te begeleiden in het proces van schrijven.
Tot het moment van nakijken kwam. Want ook dat was traditie; volgens een beoordelingsformulier alle werkstukken beoordelen, beginnend met de klad-versie, want dan heeft feedback geven nog zin. Ik heb alles voorbij zien komen: de ontwikkeling van het vliegtuig of de auto, dna, Nelson Mandela, het menselijk lichaam, slangen, atoomenergie en ga zo nog maar even door. Om een lang verhaal kort te maken: wat een crime was dat! Onleesbaar, letterlijk overgeschreven, onsamenhangend, hak op de tak, veel te moeilijk of juist veel te gemakkelijk en enorm grote verschillen in kwaliteit en kwantiteit. En dat 30 stuks, binnen één week nakijken alstublieft! Het hoogtepunt (of eerder dieptepunt) werd bereikt met een letterlijk gekopieerde tekst uit Wikipedia, met blauwe achtergrond en al. Tijdens een gesprek met de betreffende leerling bleek dat hij het probleem echt niet zag: ik vroeg een werkstuk, dat kon ik krijgen ook.
Tel daarbij op dat veel kinderen een enorme hekel hadden aan het schrijven van de werkstukken, voor sommigen werd het echt een nachtmerrie. En zo ontstond mijn allergie voor “platte” werkstukken!
Na een paar jaar worstelen met deze werkvorm was het voor mij genoeg, ik wilde niet meer op deze manier bezig zijn met het verwerken van informatie. Dat moest toch anders kunnen? Met de collega’s van de groepen 7/8 zijn we gaan zoeken naar alternatieven. Het schrijven van teksten moest wel blijven, maar we zochten naar manieren die beter pasten bij de 21e eeuws vaardigheden (zonder dat we toen al wisten dat dat later zo genoemd ging worden trouwens).

En we hebben het gevonden! In de literatuur wordt het 3O leren genoemd (Onderzoekend, Ontwerpend en Ondernemend leren), maar wij spreken simpelweg over projecten. Het fantastische aan deze projecten is dat kinderen veel meer een eigen inbreng hebben in de uitwerking van het onderwerp. Stiekem zijn ze heel veel bezig met het verwerken van informatie, het zoeken in bronnen, het beschrijven van hun stappen en/of handelingen, maar ze ervaren dat niet meer als een enorme belasting. Ze werken altijd in groepjes (soms van 2, meestal 3 of 4 kinderen) en daarbij kunnen ze vaak hun eigen talent beter tot zijn recht laten komen. Ook hebben ze altijd hulp om zich heen als ze vast komen te zitten, ze doen het echt samen.

We maken bij onze projectenOOL-cirkels gebruik van de cycli voor ontwerpen en onderzoeken (bron: wetenschapsknooppunt Zuid Holland); ze zorgen voor structuur bij het ontwerpen van een project, maar ze zorgen er ook voor dat leerlingen eerst heel breed kijken en dan pas gaan inzoomen op een kleiner aspect van het probleem.

Zijn we dan nu tevreden en hoeft er nooit meer een werkstuk te worden geschreven? Wat het eerste betreft: nee, ik ben nog niet tevreden. Ik ben nog op zoek naar een goede leerlijn mediawijsheid. Hoe maak je gebruik van die enorme brij informatie op internet, hoe leer je kinderen daar kritisch mee om te gaan, wat is waar en wat is onzin? Daar doen we nu nog onvoldoende mee en dat voelt als een gemis.
En dat werkstuk komt vast nog een keer terug, maar dan in een andere vorm. Bijvoorbeeld leerlingen in groepjes een onderzoek laten doen naar iets en dat laten beschrijven een Google-document of iets in die trant. En dat je dan als leerkracht online feedback kan geven. Ideeën genoeg! Het komt terug, maar nooit meer zoals het was want ik hoef er maar aan te denken en het gaat weer jeuken…

ps: en nog bedankt Frans, het was hoog tijd voor weer eens een blog!

Raspberry Pi project

De start

Deze meivakantie was het dan eindelijk zover; ik ging aan de slag met mijn Raspberry Pi (gekregen van mijn broer op mijn 50e verjaardag). In het kader van: je bent nooit te oud om te leren. Ik had er op twitter al zoveel over gehoord, dat moest ik uitproberen!
PiSamen met jongste zoon boog ik me over het boek Raspberry Pi voor beginners. Dat leek me een mooie start en het begin zag er ook niet al te ingewikkeld uit.
Nu, een week verder, denk ik er toch iets anders over en de is mijn frustratieniveau al behoorlijk genaderd.
Het leek allemaal best goed te gaan: eerst de spullen in huis halen (een mini sd-kaart en een behuizing, de rest was nog voorradig in huize Mol). Daarna kon het echte werk beginnen. Via www.raspberrypi.org/downloads de laatste Raspbian image gedownload en in een map gezet, vervolgens de Win32 Disk Imager gedownload en uitgepakt.
De hele mikmak op de sd-kaart gezet en toen kregen we de eerste tegenslag: het scherm gaf geen beeld. Het is een oud vga-scherm, maar dat zou toch geen probleem moeten zijn met een verloopkabeltje, dachten we. Wel dus, we kregen helemaal niets te zien. Alles verhuisd naar de tv, en daar hadden we inderdaad snel beeld. Maar om nou te zeggen dat we daar comfortabel zaten…
Die dag hebben we de instellingen nog aangepast, en eigenlijk waren we behoorlijk tevreden met het behaalde resultaat. Morgen verder!20150504_151735_263

NOOBS

De volgende pagina in het grote boek was het installeren van een besturingssysteem. Klonk ook niet al te ingewikkeld, dus aan de slag met NOOBS. We kwamen er al snel achter dat we het werk van de dag ervoor op deze manier teniet deden. Dat heb je als je nauwelijks benul hebt wat je aan het doen bent. Het ging verder prima, en al snel hadden we het menuscherm zoals dat beloofd werd. Leuk, maar wat nu?

PuTTY

Het mooie van PuTTY is dat je je Pi kan besturen via je eigen Windows pc. Leek me ideaal, want het werken met de tv als scherm was niet echt heel handig. En zowaar, op een avond lukte dat zomaar en kon ik heerlijk achter mijn eigen laptop de Pi besturen.

Mopidy

Gelijk aan de slag gegaan met Mopidy (een muziekserver waarmee je via Spotify muziek zou kunnen afspelen). Tot mijn stomme verbazing lukte het installeren (zó blij met Google, wat is er toch veel te vinden op het internet!) best heel aardig. Geen idee wat ik aan het doen was, maar Pi was druk bezig er van alles op te zetten. Helaas, de euforie was van korte duur. Bij de laatste lijst met checks die de PI deed, kwam ineens in fel geel een foutmelding. Dat er iets niet goed was gegaan was duidelijk, wat dat precies was, en vooral, hoe ik dat zou moeten oplossen, was me minder duidelijk! Goed, morgen verder!

Samengevat

Morgen werd drie dagen later, ik bespeurde toch wat vermijd-gedrag bij mezelf! Maar goed, vandaag de stoute schoenen weer aangetrokken en gewerkt aan de Pi. Maar tot mijn grote frustratie lukte er helemaal niets. Geen groen lampje en (weer) bleek de sd-kaart van 16G veranderd te zijn in een van 800M! Ggggrrrr, wat doe ik fout???
Nu heb ik het punt bereikt waarop ik terugkijk naar de afgelopen week. Is alles voor niets geweest of heb ik er toch wel iets van opgestoken? Het eerste klopt als je puur technisch kijkt naar alles wat we met de Pi gedaan hebben. Dat moet over. Maar het laatste is toch ook zeker het geval; alles bij elkaar heb ik toch aardig wat geleerd:

  1. Je moet de Pi nooit zomaar via de stroomkabel uitzetten, daar kan het systeem en het sd-kaartje niet tegen. Voilá, de oorzaak van het 2x crashen van de sd-kaart. Zodra ik hem weer up and running heb dus altijd uitzetten met het commando sudo halt -p.
  2. Cntrl C is de code waarmee je altijd weer terugkomt naar de Raspberry promt. Klinkt waarschijnlijk te onnozel voor woorden voor mensen met programmeerervaring, voor mij was het een enorme vondst!
  3. Ik weet inmiddels aardig mijn weg naar informatie over de Pi. Als je maar de juiste woorden intypt kom je altijd wel op een pagina waar jouw probleem (en vooral de oplossing ervan) beschreven wordt. Ook zijn we erachter gekomen dat het veelbelovende boek Raspberry Pi voor Beginners, een minder handig naslagwerk is dan we gedacht hebben. Die gaat de kast in (sorry broertje)!
  4. Volgens mij heb ik ook gevonden hoe ik ervoor kan zorgen dat de Pi het doet op het oude vga-scherm. Dat wordt mijn eerstvolgende missie.
  5. Voor mensen zoals ik, die echt nul ervaring hebben op het gebied van computers en programmeren, is dit een lastiger project dan ik aanvankelijk had gedacht. Ik heb serieus gedacht: “Dat doe ik wel eventjes”. Hoogmoed komt voor de val, dat blijkt maar weer. Gelukkig merk ik ook dat ik wil doorgaan. Ik zal het snappen, op een gegeven moment!
    Wordt dus vervolgd!